Auteursarchief: Michelle Jeucken

Geen bavianen

Vanuit mijn ooghoek zie ik iets zwarts op mijn been. In een reflex en met een harde gil sla ik naar een spin die in de doorspoelende wc belandt. Mijn hartslag is in een seconde van standje meditatie naar standje tien kilometer hardlopen bij 35 graden gegaan. Ik voel me een watje én een hufter, want ik ben bang maar hij hoeft natuurlijk niet dood. Gelukkig spoelt de spin niet door, waardoor ik ‘m kan redden. Ik ren het wc-hok uit om een extra lange tak te zoeken en na veel halfslachtige pogingen wip ik de spin met een boog -begeleid door wederom een harde gil- de wc uit. Gelukkig is er naast mijn gezin, dat verderop aan het ontbijt zit, verder niemand op deze Namibische campsite, want mijn hemel wat sta ik voor lul met m’n geklungel.

Lees verder

Geen bereik

Mijn bloeddruk stijgt als ik naar het draaiende rondje op mijn telefoon kijk. Ik heb zojuist voor de zoveelste keer het wifi-wachtwoord ingevoerd dat ik op een A4tje bij de receptie van de campsite zag staan, maar kennelijk is het signaal te zwak om ook maar een appje te kunnen lezen. Op een zeker moment zie ik bij de wifi zelfs de tekst ‘verbonden zonder internet’, wat kennelijk Afrikaans voor ‘geen internet’ is. Lees verder

Vliegtuigmodus

Het is donker in het vliegtuig. De meeste mensen slapen, waaronder mijn man en kinderen. Ik niet, want slapen lukt me in een vliegtuig alleen als ik kapot moe ben. En zover ben ik door overprikkeling nog lang niet, want waar het nu rustig is, was het net nog een chaos van omvallende bekers water, een driftige peuterpuber en turbulentie. En dat was ín het vliegtuig, want net voor het boarden hadden we nog een haastige kledingwissel van onze driejarige aangezien haar extra large luier de urine-stortvloed soms niet aan kan.

Lees verder

Geen keus

‘Mevrouw komt voor een abortus-curettage,’ hoor ik de verpleegkundigen tegen elkaar zeggen wanneer ik naar de operatiekamer word gerold. Ik zie een schrikreactie bij de 18-jarige stagiaire.
‘Geen zorgen, het is al dood,’ wil ik zeggen, maar mijn zwarte humor verliest het van de spanning die ik al weken voel.

Lees verder

Autorit

‘Ik moet onwijs nodig plassen!’
‘Jezus Amber, ik heb het je net nog gevraagd bij opa en oma.’
‘ja, maar toen hoefde ik nog niet.’
‘We zitten nu op de snelweg, dus je moet het even ophouden.’
‘Nou, dan stop je toch even bij het tankstation? Dan kunnen we meteen een ijsje kopen, of een snoepje.’
‘Jaaa, een snoepje.’
‘Nee natuurlijk niet! En je houdt het maar even op, lukt dat?’
‘Hmmm okee.’
‘Ik ook snoepje!’
‘Nee Nova, je krijgt geen snoepje. Nee niet huilen. Amber, troost je zusje even alsjeblieft.’
‘Doe het zelf maar.’
‘Amber! Doe nou even, ik ben aan het rijden.’
‘Nou okee.’
‘Dank je lieverd.’

Lees verder

Schuldgevoel

‘Ik ga gewoon, het komt wel goed,’ zeg ik terwijl ik opgekruld op de badkamervloer lig.
‘Doe niet zo achterlijk, je bent ziek!’
Wil jij de meiden wegbrengen? vraag ik, en probeer Marcel zijn opmerking te ontwijken.
‘Ja tuurlijk, maar je moet je gewoon ziek melden joh.’
‘Neehee, ik ben nu al opgemaakt.’
‘Dat slaat natuurlijk nergens op.’
‘Ga nou maar, anders komen ze te laat.’

Lees verder

Herkansing

Als een emmer koud water in mijn gezicht, zo voel ik me bij het zien van onze 4×4 met ingeslagen ruit. De scherven in de maxi cosi geven me een rotgevoel. En dat wordt erger bij het zien van de rest van de achterbank, waar heel duidelijk een van onze tassen ontbreekt. Een tas met allerlei kleren die ik zorgvuldig voor deze reis had uitgezocht. Kleren voor ons én onze Amber van zes maanden oud. Diezelfde Amber die nu lief bij mij in de draagzak aan het pruttelen is. Niet wetende van de stress die zich van haar ouders meester maakt. Waar we net nog ontspannen door de Namibische hoofdstad Windhoek rondliepen, om even snel een permit voor een wildpark te halen, staan we nu bezweet ons verhaal te doen aan de plaatselijke Politie.

Lees verder

Boekje

‘Waarom is ze boos?’ vraagt Marcel over onze dochter die zojuist stampvoetend naar haar kamer is gerend. ‘Volgens mij lukte dat spelletje niet dat ze net aan het spelen was,’ zeg ik twijfelend, want tegenwoordig kan het van alles zijn.

Onze Amber is een geweldig lief meisje maar kan zich met haar zeven jaar soms gedragen als een zestienjarige puber. Dat varieert van hele bijdehante opmerkingen -waar ik om moet lachen omdat ze zo gevat zijn- tot plotselinge boze uitbarstingen. Dit probeer ik aan te pakken zoals alles in mijn opvoedstrategie: op gevoel, en dat gaat best goed. Haar temperament heeft ze overduidelijk van mij, dus bij ontploffingen hoef ik niet heel diep na te denken wat ze nodig heeft. Maar om te kijken of ik toch iets over het hoofd zie hebben wij sinds kort het boekje Emotieklets in huis.

Lees verder

Poging

‘Ga jíj koken?’ vraagt ze met een gezicht vol achterdocht en ongeloof, als ze de keuken binnenkomt waar ik koortsachtig heen en weer loop, op zoek naar de spullen die ik nodig heb. ‘Ja, leuk he?’ zeg ik zo opgewekt mogelijk tegen Amber, zodat ik het zelf ook geloof. Want ‘leuk’ vind ik dit eigenlijk verre van. ‘Wat ga je koken dan? Risottorijst?’ klinkt het hoopvol. ‘Nee lieverd, dat is Champions League, we eten een soort pasta. En ga maar even met je zusje spelen, ik roep wel als het klaar is.’

Lees verder

Klussen

‘Mars, Mars! Dat staafje van die schroevendraaier is gewoon een magneet!’ roep ik alsof ik net leven op Saturnus heb ontdekt. Ik ren naar beneden waar Marcel een wand van onze woonkamer staat te verven en toon hem trots de schroevendraaier met een spijkertje eraan vastgeplakt.
‘Euh ja, dat is vaak zo,’ zegt hij met een opgetrokken wenkbrauw.
‘Oh echt..? Nou ja, weer wat geleerd dan maar.’

Lees verder