Bemoeizucht

‘U moet niet zo op dat schermpje kijken, u bent met uw kínd in de speeltuin!’ Ik kijk verbaasd op en zie een oudere mevrouw mij vanaf de stoep hoofdschuddend aankijken. ‘Pardon?’ zeg ik, denkend -maar vooral hopend- dat ik het misschien verkeerd gehoord heb. ‘U bent met uw kínd in de speeltuin, ís dat uw kind? Of is dat uw kleinkind?’ roept de mevrouw mij kwaad toe. Er ontsteekt een wervelwind van emoties in mijn binnenste. Waar bemoeit ze zich mee? Waarom is iemand die ik niet ken zó boos op me? En… ‘kleinkind’?!

Ik wilde gaan hardlopen vandaag, maar voel me al een paar dagen niet helemaal fit. Dit gecombineerd met die bloedhitte maakte dat mijn zin om te rennen ver te zoeken was. Daar baal ik van want het schiet er de laatste dagen steeds vaker bij in. In plaats van hardlopen ging ik daarom wandelen met Nova. Daar knap ik meestal wel van op. We liepen een rondje langs de vijver en het mini-bos. Nova genoot en ik voelde me met elke stap een beetje beter. Tussendoor maakte ik foto’s van mijn peutermeisje en we besloten te stoppen bij een speeltuintje.

Daar aangekomen rende Nova meteen naar de schommel. ‘Mama duwen!’ riep ze en dat deed ik dan ook zo’n zestig keer. Daarna gingen we van de glijbaan, beklom ze de wipkip en duwde ik nog een paar keer de schommel. Toen ze een beetje aan het rommelen was in de zandbak besloot ik zittend op de rand mijn gemaakte foto’s te bekijken om er een paar naar de opa’s en oma’s te sturen.

De telefoon-opmerking-mevrouw staat nog steeds op de stoep. Mijn hartslag is inmiddels richting de 120 denk ik. ‘Waarom zegt u dat, u kent mij niet eens en u kunt niet inschatten wat ik aan het doen ben op mijn telefoon. Die aanname maakt dat ik u ontzettend onbeschoft vind,’ zeg ik met trillende stem. ‘Ja maar ik zie het de hele tijd, allemaal op die schermpjes. Ga spelen met uw kind, het ís toch uw kind?’ zegt ze op een toon waar ik kippenvel van krijg.

‘Het is zeker mijn kind, maar u heeft hier verder niets mee te maken. Ik vind dit zó onbeschoft. Bent u dan zo perfect om mij de les te lezen terwijl u mij niet eens kent,’ ratel ik door. De mevrouw kijkt mij verschrikt aan en zegt zachtjes ‘nee ik ben niet perfect’. ‘Precies! Wat bent u onbeschoft zeg,’ roep ik iets te hysterisch. ‘Ja dat zegt u nu de hele tijd, ik ga u een fijne dag toewensen,’ zegt ze terwijl ze wegloopt.

Ik kijk haar met betraande ogen na. Ik weet ook wel dat ik teveel op mijn telefoon zit. Maar deze keer was het nou net níet nutteloos en ik zat er echt pas net.

Thuis stort ik mijn verhaal over Marcel, die als verwacht hard moet lachen om de kleinkind-opmerking en zegt dat ik me vooral niet druk moet maken. Ik doe een poging en besef me opeens dat ik die foto’s nog niet gestuurd heb en besluit dit alsnog te doen. Op mijn telefoon ja!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *