Bootwerker

Pats! Hoor ik vanuit de woonkamer.

‘Godsamme!’ roep ik zoals wel vaker.

‘Oh mama, dat mag je niet zeggen hoor!’ wijst Amber me terecht.

‘Dat klopt Amber, maar mama is een tokkie,’ zegt Marcel terwijl hij me grijnzend aankijkt.

‘Jaaahaaa, maar dit is al de zoveelste bal!’ verdedig ik me, want ik hoef niet eens te kijken om te weten dat er zojuist wéér een kerstbal gesneuveld is.

Mijn jongste van twee is zich dit jaar zeer bewust van kerst en alle bijbehorende decoratie, maar dit heeft ook als resultaat dat ze zich iets te verantwoordelijk voelt voor de versiering. Wat betekent dat ze steeds alle kerstballen verhangt. Lief natuurlijk, maar ook onhandig met die kleine peuterknuistjes. En veel te bevorderlijk voor mijn slechte gewoonte.

Want ik kan vloeken als een bootwerker. En nee, daar ben ik absoluut niet trots op. Ik weet best dat het een bewijs van onvermogen is me op zo’n manier te uiten. Helemaal waar kinderen bij zijn. Het is al stukken minder dan voorheen, maar toch. Op rustige momenten, als de kinderen slapen, neem ik me wel eens voor om die slechte gewoonte in de kliko te gooien, maar op drukke momenten steekt ie dan toch weer de kop op.

Bijvoorbeeld als Nova zélf de deur van de auto open wil maken (kan ze niet), zélf het autostoeltje in wil klimmen (duurt honderd jaar) en zélf de riempjes van datzelfde autostoeltje wil vastmaken (lukt mij zelfs amper). Dit alles wanneer ik haar ’s ochtends naar het kinderdagverblijf wil brengen en ik daarna een afspraak heb waarbij ik absoluut niet te laat mag komen. Of als Amber, na veelvuldig waarschuwen, tóch mascara opgedaan heeft waardoor ze naar school moet als een rockster uit de jaren 80 na een avond flink doorhalen. En wat te denken van onze poes Annabel, die ineens heeft bedacht dat kerstversiering best eetbaar is…Tja, het lukt me niet om dergelijke situaties met een serene glimlach gade te slaan. Dan komt toch echt mijn inner Lau van Tiny met bijbehorende krachttermen naar boven. Al hou ik me verre van akelige bestaande ziektes, want zelfs voor mij zitten er grenzen aan die woordendiarree.

En aan de andere kant, het lucht ook best lekker op om even iets te roepen met een harde medeklinker. Zoals dat woord, en mijn persoonlijke favoriet, dat rijmt op gut.

Tijdens een van onze reizen zei iemand eens, en ik ben het nooit vergeten; het niet mogen vloeken is alleen voor de gemeenschap. Eigenlijk is dat natuurlijk ook zo. Maar goed, we leven nou eenmaal in die gemeenschap, dus aanpassen zullen we ons. Ik bedenk me om er een goed voornemen van te maken voor 2022. Dan zeg ik voortaan wel ruk in plaats van k.. ik bedoel gut.

Die avond sta ik boven de was op te hangen als er een hard Klink! Kadeng! Pats! gevolgd door een hard ‘Nou Nova!!!’ uit de kamer van Amber klinkt. De meiden zijn daar de kerstboom van Amber (ja wij gaan all-in met kerst) aan het versieren. Ik kom de kamer in en zie de helft van de kerstballen over de grond verspreid met twee ruziënde meisjes en stukken slinger eromheen. Ik zie nog net poes Annabel met een kerstballetje in haar bek de kamer uitglippen.

Gelukkig is het nog geen 2022.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.