Niet piepen

Nova is wat sip en wil graag dat je haar komt halen,’ zegt de moeder van het vriendinnetje, waar mijn dochter vanmiddag een speelafspraakje mee heeft, door de telefoon.
‘Ik ga Nova halen,’ zeg ik teleurgesteld tegen Marcel als ik mijn jas aantrek.
‘Sjonge jonge, alweer?’

Op de fiets denk ik aan de speeldate die een paar dagen geleden tot stand was gekomen. ‘Leuk!’ had Nova geroepen. We spraken af dat ze meteen uit school mee zou gaan en hadden zelfs de juf hierover ingelicht. Hoewel dit op papier een ontzettend leuk plan was, had ik vanaf drie uur steeds met samengeknepen billen naar mijn telefoon gekeken, want Nova vindt de laatste tijd veel dingen eng. De klas binnen lopen? Ze plakt aan je vast. Een kinderfeestje? ‘Maar dat vind ik spannend!’ Een speelafspraakje? Ik word gebeld door een moeder.

Het is totaal niet hoe ze thuis is, en ik pieker me suf over eventuele oorzaken én oplossingen. Marcel is minder dramatisch, want die denkt dat dit wel los zal lopen. ‘Niet piepen Nova,’ zegt hij als hij haar weer eens van zich af moet duwen omdat de les toch echt gaat beginnen.
In het dealen met het angstige gedrag hebben we allebei een andere weg ingeslagen. Ik die van het eindeloos praten, knuffelen en gentle parenting. Hij die van de tough love en ‘het komt wel goed’.

Met een zwaar hart zet ik mijn fiets op de standaard en loop naar het huis van het vriendinnetje. Nova’s gezichtje licht op als ze me binnen ziet lopen.
‘Ik wil niet dat Nova weggaat,’ snikt het vriendinnetje. Terwijl ik me duizend keer verontschuldig verzin ik toch nog een allerlaatste reddingspoging.
‘Laat eens zien wat voor speelgoed Lynn allemaal heeft,’ vraag ik haar. Waarna ze me meetrekt naar het speelhoekje van haar vriendin.
‘Oooh klei, wat gaaf!’ roep ik enthousiast. ‘Misschien kunnen jullie dat samen doen?’
‘Wat een goed idee, pak de spulletjes maar Lynn,’ volgt de moeder mijn lead.

Als de dametjes even later met een glimlach én een extra koekje genoeglijk zitten te kleien zeg ik voor ik er erg in heb: ‘Nova, mama gaat nu even naar huis, maar ik kom je straks weer halen.’ Tot mijn verbazing knikt ze en als een ninja sluip ik het huis uit. Ik mime nog naar de moeder dat ze me moet bellen als het niet gaat en zit daarna met grote ogen en een hartslag van honderd op de fiets. Het voelt alsof ik zojuist al ons spaargeld op rood in het casino heb gezet.

Bij terugkomst op het afgesproken tijdstip tref ik een blij meisje aan. Ik herken zowaar de Nova van thuis en moet zelfs wat moeite doen haar mee te krijgen. Had Marcel toch gelijk, het komt dus écht goed.

Ik moet gewoon niet zo piepen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *