Ignorance is bliss

‘Heeft dat kalfje geen moeder meer?’ hoor ik terwijl ik zojuist een emmer kunstmelk voor datzelfde kalfje neerzet.

Ik kijk in de vragende blik van een vrouw. Ik schat haar ongeveer mijn leeftijd. Om haar heen dartelen twee kleutermeisjes. Het drietal oogt ontspannen en blij, ze zijn duidelijk een dagje uit. Een beetje zoals ik dat ook vaak met mijn eigen dochters doe.

Ik maak een snelle inschatting. Zal ik de kindvriendelijke of de eerlijke versie vertellen?

Omdat de twee meisjes druk zijn met het aaien van een geit en duidelijk niet op mij letten, besluit ik voor de eerlijke versie te gaan.

Ik begin het betoog dat ik in mijn dertigjarige carrière als vrijwilliger op de kinderboerderij al een keer of achtentwintigduizend heb verteld.

‘In de intensieve melkveehouderij worden kalfjes na de geboorte zo snel mogelijk van de moeder gescheiden. De melk is namelijk voor ons, en niet voor het kalfje. Het kalfje krijgt vervolgens kunstmelk, zo ook dit kalfje. Dit kalfje heeft de kinderboerderij van zo’n melkveehouderij gekocht. Haar moeder is daar nog. Zij wordt twee keer per dag gemolken en haar melk wordt verkocht.’

Ik merk dat ik haar denkproces een duwtje geef. ‘Oh ja tuurlijk…’, zegt ze terwijl haar wangen rood kleuren.

‘Geeft niets,’ zeg ik met een knipoog.

Ik kijk naar het babykoetje terwijl er ondertussen van alles door mijn hoofd schiet. Over dat er ooit bedacht is dat wij de melk van een koe wel konden drinken. Dat we, om zoveel mogelijk melk te krijgen, de koeien zo vaak mogelijk drachtig maakten gingen maken en dat de kalfjes zo snel mogelijk na de geboorte weggehaald moesten worden. Dat melk jarenlang als ontzettend gezond bestempeld is en vol vuur gepromoot werd. Aan hoe koeien, melk, kaas en yoghurt met ons Hollanderzijn verweven is, aan bange pasgeboren kalfjes in grote vrachtwagens en koeien die hartstochtelijk loeien om hun weggehaalde kalf. Meteen voel ik een vlaag van hypocrisie opkomen, omdat ook ik door het eten van kaas mijn ogen hiervoor sluit. Ik schaam me dat ik, zelfs met mijn kennis van de veehouderij, geen verandering aanbreng in mijn dagelijks leven. Dit onaangename gevoel druk ik weg als een ballon onder water.

Het kalfje heeft haar melk inmiddels op en loopt de wei in.

‘Fijn dat het ze hier mag wonen’, zegt de vrouw terwijl ze naar het inmiddels huppelende kalfje kijkt.

‘Zeker,’ zeg ik. ‘Heel fijn.’

‘Bedankt voor de informatie en werk ze nog even’ zegt de vrouw terwijl ze naar haar dochters loopt.

‘Geen dank, ik vertel het graag,’ zeg ik.

En dat meen ik. Naast het voeren van de dieren wil ik de bezoekers van de kinderboerderij graag voeren met informatie die ik tijdens mijn studie en werk heb opgedaan. Want ik snap dat er mensen zijn die hier weinig tot niks van weten.

Maar soms zou ik willen dat ik ook niks wist.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.