Leeuw

‘There were like 10 lions on this campsite last night!’ zegt de Zuid-Afrikaanse toerist opgetogen.

‘Wow awesome!’ zegt Marcel enthousiast.

‘Wow awesome…’ zeg ik als een boer met kiespijn, denkend aan het 6 maanden oude babymeisje dat op de achterbank van onze 4×4 ligt te slapen.

Want tuurlijk, leeuwen zijn gaaf, en als fervent amateur fotograaf een favoriet onderwerp. Maar óp onze kampeerplek…? Want wat als ze op de auto, of nog erger, op een van de twee daktenten springen? Mijn hoofd vult zich met meer van dit soort rampscenario’s. Want nu stonden we wel heel kwetsbaar, midden in de natuur, met duizenden (ja, ik heb de neiging tot overdrijven) leeuwen om ons heen. En ook ik ken de enge verhalen van half opgegeten mensen in wildparken. Nu weet ik best dat dat verhalen zijn van mensen die in het donker een eind gingen lopen en dan de pech hadden een groep leeuwen tegen te komen. Zo’n groep zal echt niet gericht naar ons op zoek gaan.

Denk ik.

‘Ik vind dit eigenlijk best spannend, Mars,’ zeg ik bezorgd.

‘Maar dit is toch kicken?’ zegt hij niet begrijpend.

‘Ja maar Amber dan?’

Terwijl ik dit zeg voel ik me niet de relaxte reizende moeder die heel stoer met haar baby het mooiste continent van de wereld bezoekt en hier kampeert, maar een hysterische moeder die haar kind in bubbeltjesplastic wil wikkelen. Zo’n moeder wil ik niet zijn, maar ik kan het op dit moment niet helpen.

Als voorzitter van de optimistenclub probeert Marcel me wat te kalmeren.

‘Komt goed joh. Ik slaap wel bij Amber in de tent. Maar dan neem ik wél de camera mee voor als die leeuwen komen,’ zegt hij enthousiast.

‘Wil je ze daarmee wegjagen dan?’ zeg ik sarcastisch.

‘Er gebeurt heus niets, Mies.’

‘En de wc dan? We kunnen er echt niet uit hoor. Jij ook niet Mars!’ roep ik omdat ik hem inmiddels heel goed ken.

‘We hebben nog wel van die 5-liter cans met water. Als je die doormidden knipt, dan heb je een soort po,’ zegt hij als een hedendaagse MacGyver ‘en dan hoef je de tent niet uit’.

‘Gatver,’ zucht ik.

Die nacht liggen we in de daktenten. Marcel en Amber in de ene en ik de andere. Veel te vroeg natuurlijk. Maar in Afrika drukt er rond zes uur ’s avonds altijd iemand op een lichtknopje, en dan zie je geen leeuw voor ogen dus we (lees: ik) wilden zo snel mogelijk ín de tent in plaats van naast de tent.

Slapen gaat voor geen meter, want ik ben klaarwakker. Hoe mooi en sereen de dag in Afrika kan zijn, des te dreigender is de nacht, alsof de rollen zijn omgedraaid. Elk geluidje is oorverdovend in de stilte van de Afrikaanse woestijn. Overdag geniet ik daar behoorlijk van, maar nu geeft elk geluid me een licht infarct. Ik voel me een beetje Rick uit de Walking Dead seizoen 1, toen angst nog echt een thema was.

Hoor ik nou iets?

‘Mars, slaap je al?’ fluister ik.

‘Nee, ik wacht op de leeuwen,’ zegt hij kalm.

‘Hoe is het met Amber?’

‘Die slaapt nog steeds, net als vijf minuten geleden.‘

‘Mars ik hoor iets.’

‘Ik niet.’ Klinkt het kortaf.

Ik lig nog een tijdje te woelen met mijn ogen open. Of is dat omdat ik naar de wc moet?

Oranje licht schijnt door de tent. Het is ochtend. Eindelijk.

‘Shit, geen leeuwen,’ hoor ik Marcel vanuit de andere tent zeggen.

‘Volgende keer beter,’ zeg ik terwijl ik mijn opluchting verberg, blij dat we geen artikel in de krant zijn geworden.

Nadat ik de MacGyver-wc heb weggegooid drinken we koffie. Amber zit in haar stoel en maakt vrolijke geluidjes. Ik kijk om me heen en geniet van de ontwakende Afrikaanse woestijn. Wat is het prachtig en wat is het toch gaaf om hier te zijn. Ik voel me langzaam weer die relaxte moeder worden.

Terwijl ik dit voel kijk ik met een schuin oog naar de grond naast de auto. Zijn dat nou pootafdrukken…?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.