Vorig leven

‘Waar blijft ie nou?’ vraagt Amber terwijl ze zenuwachtig om mee heen drentelt.

‘Hij komt vast elk moment,’ zeg ik in een poging haar gerust te stellen.

‘Nou, ik vind het maar lang duren,’ merkt ze bijdehand op. Het pleintje van het bungalowpark heeft zich inmiddels gevuld met ouders en andere ongeduldige kleine kinderen.

‘Kijk daar is ie!’ roept Amber terwijl ze wijst naar een mens in een enorm berenpak die uit het gebouw van de receptie verschijnt. De beer zwaait uitbundig naar mijn dochter die ineens veel minder praatjes heeft dan een paar seconden daarvoor. Compleet starstruck kijkt ze naar de grote wandelende beer. Na enig aarzelen zwaait ze terug en na iets langer aarzelen geeft ze hem zelfs een hand. Dit tafereeltje herhaalt zich bij de andere gezinnen. Het mens in het berenpak wordt uitgebreid gefotografeerd, als ware het een zeldzaam luipaard tijdens een safari in Afrika.

Ach ja, een safari, denk ik. Dat deden wij nogal eens in dat leven pre-pandemie. En ik moet ineens denken aan de keren dat Amber naar een echte olifant wees in plaats van naar een pluche beer. Heerlijk waren die reizen. Maar ook ingewikkeld met twee van die kleintjes. Dan is zo’n bungalowpark een verademing, want hier zijn geen obstakels te overwinnen omdat alles tot in de puntjes is georganiseerd. Je hoeft eigenlijk nergens over na te denken, want dat is vooraf al voor je gedaan.

Dat was wel eens anders tijdens zo’n verre reis. Daar maakten we vaak onverwachte en enge dingen mee. Dingen die me deden zweten als Rutte in het Omtzigt-debat. Dat heb ik hier nog niet meegemaakt.

Hier hebben we een veilig herkenbaar huisje inclusief rieten stoelen, aquarelschilderijtjes en een plastic glijbaan, in plaats van een kampeerplaats in de Afrikaanse wildernis met nachtelijk bezoek van wilde dieren. Zelfs de reis hiernaartoe was ontspannen en lekker tussen twee toiletbezoeken door. Dus geen Amber die ‘ik moet onwijs nodig poepen!’ door het vliegtuig roept wanneer het teken ‘stoelriemen vast’ aan is en de daling ingezet. En wat is dat kinderboerderijtje snoezig met al die cavia’s, in plaats van spinnen zo groot als cavia’s.

Nee, ik ben hier helemaal zen.

Vol van het beren-avontuur lopen we terug naar ons huisje. Onderweg stoppen we even bij een van de vele speeltuintjes van het park. Amber rent naar de schommel terwijl Nova op de glijbaan klimt.

Ik kijk naar mijn dochters en bedenk me hoe ontspannen dit eigenlijk is vergeleken met die reizen in dat vorige leven. Met al die spanning, onvoorspelbaarheid en avontuur.

Man, wat mis ik het.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *